Ik moet zelf de emotie van mijn tekening voelen

Als kleine jongen zat ik al veel te tekenen. Met een stapeltje papier en stiften kon ik uren zoet zijn. Na de middelbare school had ik geen idee dat ik van mijn hobby mijn beroep kon maken. Daarom werd ik eerst journalist. Bij een Haags nieuwsblad ontmoette ik een vormgever en dacht: dat wil ik ook. Op de kunstacademie ben ik serieuzer aan de slag gegaan met mijn tekeningen. Ik werd vaste illustrator bij Diergaarde Blijdorp en kwam in contact met uitgeverij Clavis. In de afgelopen tien jaar heb ik bij Clavis zo’n vijftig kinderboeken gemaakt. Variërend van schattige peuterboekjes, zoals ‘100 kusjes voor het slapengaan’ tot de populaire non-fiction reeks ‘de Wondere Wereld’.

In mijn non-fictie boeken vind ik beleving minstens even belangrijk als de feiten. Het liefst laat ik het bijzondere zien van iets, wat iedereen als gewoon ervaart. Bijvoorbeeld dat we één zon hebben. Voorn ons is dat normaal. Maar er zijn ook planeten met twee of meerdere zonnen. Hoe anders zou het leven dan zijn?

Bij het maken van een tekening of een boek is er sinds mijn kind-zijn eigenlijk niet veel veranderd. Ja, ik ben er wat serieuzer naar gaan kijken. Maar de basis is hetzelfde: ik pak een vel papier en een pen en experimenteer wat. De ene keer wordt het niets, maar soms ontstaat er iets, waar mijn hart sneller van gaat kloppen. Het blijft een soort magie. Als ik de emoties van mijn tekening zelf voel is de kans groot dat ik dat gevoel ook over kan brengen op mijn jonge lezers.